Kweekverslag Apistogramma sp. blutkehl

Apistogramma sp. Blutkehl 
Tekst Erik Bakker
Foto’s Erik Bakker & Ernst Vangenne

In Januari en Februari 2010 is een aantal hobbyisten naar Colobia afgereisd, waaronder Dirk Verduijn, Ernst van Genne, Johan Egberts, Alfred Kiers en Fokko. Zij hebben een bezoek gebracht aan Letitia e.o. Na enkele weken is een grotere groep doorgetrokken richting San ernando de Atabapo om daar, evenals in 2008, de onderwatewereld van de Rio Atabapo en zijstromen ervan te bewonderen en te bevissen. In Maart/ April 2010 wist ik een aantal vissen die daar gevangen waren te bemachtigen.

 
Biotoop Rio Atabapo (Foto Ernst van Genne)

De groep apistogramma’s (ca 50 stuks)die ik ontving waren verschillend van grootte ( 1 tot 3 cm) en enkele soorten konden onderscheiden worden al was nog niet te zien om welke soorten het ging. Het ging hier, in eerste instantie, dachten we om vooramelijk Apistogramma iniridae waarbij mogelijk ook enkele Apistigramma uaupesi en Apistogramma sp. breitbinden tussen het kroost kon zitten. Deze groep is opgesplitst in een aantal kleine aquaria. Na enkele maanden bleek dat de genoemde soorten daaadwerkelijk aanwezig waren. De Apistogramma uaupesi en Apistogramma iniridae hadden zich inmiddels voortgeplant. Helaas was de drukte en de daarmee samenhangende stress de oorzaak dat deze nesten niet groot gebracht zijn en al dan niet opgegeten zijn door de ouders. Tijdens deze broedzorg viel op dat de twee aanwezige Apistogramma iniridae vrouwen zich behoorlijk agressief groegen tegenover de manlijke exemplaren. Na goed opserveren werd duidelijk dat de staartvin van deze jonge dames niet rond waren zoals bij de A. iniridae het geval is maar een meer neigen naar een afgeplatte/ gevorkte vorm van de staartvin. Onduidelijk was of het hier om de A. uaupesi ging of dat met de vangst van de hobbyisten ook Apistogramma sp. Blutkehl is meegnomen.

Een groepje Apistogramma’s was ongebracht bij mijn broer in Deventer. Hij vertelde me en toonde me een foto van een manlijke Apistogramma die erg dominant aanwezig was bij hem.

Apistogramma sp. Blutkehl: jong mannelijk exemplaar (wildvang).

De foto vertelde me dat het hier wel eens om een andere soort kon gaan dan de A. uaupesi. De man met duidelijk gevorkte staart leek op het oog anders dan de uaupesi die ik had. Echter heb ik de man niet kunnen observeren met de twee agressieve dames die hier zwommen. Circa 4 weken later zwom het mannelijke exemplaar in een plastic zak, mee op weg naar mijn vrouwlijke exemplaren. Tijdens het transport waren de zwarte tekeningen goed zichtbaar. De zwarte brede strepen aan de onderzijde van de horizontale dwarsband deed vermoeden dat het hier zo goed als zeker om de Apistogramma sp. Blutkehl moest gaan. 

De A. uaupesi vertoont deze kenmerkende zwarte patronen namelijk niet tot nauwlijks. Eenmaal thuisgekomen en de man bij de twee vrouwlijke exemplaren geplaatst te hebben begonnen zij gelijk te baltsen en enkele dagen later was het eerste legsel een feit. Omdat in het keine aquarium meerdere Apistogramma’s zwommen is gekozen om het trio apart te zetten in een nieuwe bak.

Kenmerkende zwarte banden op onderbuik van A. sp. blutkehl  

Het eerste legsel werd gelegd in puur regenwater wat gefilterd werd over turf. Een goede pH en EC-meter was niet voorhanden. Nadat het trio in de nieuwe bak geplaatst te hebben werd duidelijk dat het hier daadwerkelijk om de Apistogramma sp. BlutKehl ging.

De kweek van deze soort leek echter uit te lopen op een deceptie. In de nieuwe bak zwommen de soorten in “kat-anionwater”. Dit water leek geschikt voor de kweek van apistogramma’s. Het water wordt bereidt in een ton en aangelengt met kraanwater totdat een EC can ca 200-250 uS/cm bereikt was. De pH van het kat-anionwater wordt, indien nodig, verlaagd middels eikenextrac tot een waarde van pH 6. Bij deze waarden werden eieren afgezet, zij waren lichtroze/ huidskleurig van kleur en  kwamen niet goed tot ontwikkeling. 

Apistogramma sp. Blutkehl vrouw (broedkleuren)

Ik twijfelde aan de EC meter, welke op 100 uS/cm ‘nauwkeurig’ was. De nauwkeurigheid was voor mij niet voldoende. Na de aanschaf van een nieuwe nauwkeurige EC meter werd duidelijk dat het water geen EC van 200-250 uS/cm had maar een EC van ongeveer 150 uS/cm. Ondanks dat de waterwaarden hoger zijn dan in het natuurlijke habitat, EC ~30 uS/cm bij een pH van ~4.5, had ik hier wel het vetrouwen in. Toch besloot ik om elzenproppen toe te voegen aan de bak. Na een dag had het water een doorzicht van ca 20 cm. Door veel verversen en het voeren van (vries) artemia werd bij een pH van 5,8 en een EC van ca. 150 uS/cm een nieuwe poging gedaan een legsel af te zetten. Ditmaal waren de eieren mooi donker roze/rood van kleur. Het nest werd alleen door het vrouwelijk exemplaar bewaakt. Na ca. 10 dagen zwommen de larfjes vrij in het rond met moeders in de buurt. De eerste dag was zij, knal oranje/ oranje-geel van kleur met een enkele zwarte stip op haar flank, wat onwenning. Ze wist zich geen raad met haar kroost. De jongen werden gevoed met micro-aaltjes en artemia naupalien. Door het frequent voeren van de jongen groeiden ze de eerste dagen hard. Tijdens de broedzorg werd het mannelijke exemplaat niet getolloreerd bij het kroost, echter bijzonder actief achter hem aanzitten werd niet waargenomen.

Na twee weken was de broedzorg welletjes en werden de ca 1 cm jongen opgejaagd en achterna gezeten door hun moeder, die inmiddels bezig was een nieuw nest te leggen. Na twee dagen kreeg de moeder last van haar geweten en besloot ze haar tweede nest geheel op te ruimen en de broedzorg van haar eerste kroost weer op zich te nemen. Uiteindelijk werd na 1 ½ duidelijk dat slecht 6 jonge blutkehls de wispelturigheid van hun moeder hebben overleefd. Hierna zijn in enkele maanden nog enkele nesten met succes groot gebracht.


Twee jonge A. sp. Blutkehl exemplaren; links man rechts vrouw (nakweek van wildvang)

Opmerkelijk is, is dat de mannelijke wildvangexemplaren geen strepen patroon bezitten op de kiewdeksels. Bij de gekweekte mannelijke exemplaren viel op dat slechts ca 20% de kenmerkende bloedrode patronen bezit. De overige mannen hebben of een lichtblauw patroon op de kop of een gele gloed over hun kieuwdeksels, vaak gepaard met knal oranje-rode lippen. Ik vermoed dan ook dat er meerdere blutkehl varianten in het stroomgebied van de Orinoco zwemmen.


Dreigende Apistogramma sp. blutkehl met bloedrode patronen op kieuwdeksels.


A. sp blutkehl met gelige gloed op de kieuwen.

In de literatuur is erg weinig te vinden over deze bijzondere vis die toch wel special aandacht getrokken heeft. Koslowski noemt in zijn Apistogramma & Co de vindplaatsen Cañomonding van de Rio Autana en zijrivieren van de Rio Atabapo op ongeveer 40 minuten varen van San Fernando. De Exemplaren die ik ontving zijn echter beduidend verder aangetroffen. Op ongeveer 3 uur varen van San Fernando zijn deze exemplaren in zijriveren van de Rio Atabapo gevangen (mondelinge mededeling Ernst Vangenne).

De Datz Sonderheft Zwergbuntbarsche noemt evenals Koslowski een verspreiding van de blutkehl in de rivier de Rio Autana en Rio Atabapo. Als kenmerkend verschil tussen de Apistogramma uaupesi en Apistogramma sp. Blutkehl noemt de Datz ook de prominent aanwezige zwarte vlekken onder de horizontale zwarte streep op de flank van de vis. Het lijkt er dan ook op dat de blutkehl meer gerelateerd is aan de Apistogramma iniridae dan aan de Apistogramma uaupesi??

 


Literatuur:


Datz: Sonderheft Zwergbuntbarsche/ Dwarf Cichlids.
Ingo Koslowski, Die Buntbarsche Amerikas. Band 2 Apistogramma & Co
Mondelinge mededelingen Ernst Vangenne.